Professionals in de diabeteszorg hebben al ruime tijd ervaring met het behandelen van mensen met diabetes type 1 door middel van de sensor. Lees hier waarom zij vinden dat de sensor nodig is.


Prof. dr. Bruce Wolffenbuttel is internist-endocrinoloog in het Universitair Medisch Centrum Groningen en hoogleraar endocrinologie en stofwisselingsziekten aan de Universiteit Groningen. Hij schreef naar aanleiding van de petitie een betoog voor de vergoeding van de glucosesensor. Vergoeding is “logisch en verstandig” betoogt hij, en de huidige magere vergoeding noemt hij “erg bizar”.

Aan de hand van voorbeelden uit de praktijk en de huidige vergoedingscriteria zet prof. dr. Wolffenbuttel helder uiteen waarom het hoog tijd wordt voor vergoeding van alle sensors voor iedereen met diabetes type 1. Ook pleit hij voor meer inspraak vanuit de patiënten. Wij weten zelf immers het beste hoe het is om elke dag bezig te moeten zijn met onze bloedsuikers, insulinedosering en de gevolgen hiervan: “Misschien zou het helpen als in de gremia, die adviseren of besluiten over vergoedingen en indicaties, meer mensen met diabetes vertegenwoordigd zijn. Die uit eigen ervaring weten wat het is om diabetes te hebben, 365 dagen per jaar, 24 uur per dag, 10-15 vingerprikken per dag.”

Lees hier het volledige statement van prof. dr. Wolffenbuttel


Het diabetesteam van het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen staat achter de petitie voor sensorvergoeding. Dr. Gonera en dr. Vosjan, beide internist-endocrinoloog, schreven dit:

“Op 4 juni wordt de petitie ‘De glucosesensor is geen gadget, maar bittere noodzaak’ aangeboden aan de Commissie VWS in de Tweede Kamer.
Rob Gonera en Marleen Vosjan zijn beiden Internist-Endocrinoloog in het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen. Samen met hun diabetesteam staan ze voor 100% achter deze petitie.
Zelfregulatie is de hoeksteen van de behandeling van patiënten met diabetes mellitus type 1. Hierbij moet insuline aangepast worden aan de bloedsuikers. De bloedsuikers kan patiënt zelf meten met een vingerprik. Hoe meer metingen er gedaan worden hoe beter het inzicht zal zijn over de manier waarop het lichaam reageert op voeding, inspanning, stress en andere bijzondere leefomstandigheden. Meten is weten. Soms moet een patiënt wel zeven keer per dag meten om de insuline op de bloedsuikers af te stemmen.
Gelukkig zijn er op dit moment twee goede alternatieven om je bloedsuiker te meten beschikbaar. De Flash Glucose Monitoring (FGM) waarbij je een keer per twee weken een sensor op je bovenarm plaatst en door middel van een meter zonder te prikken de bloedsuiker kunt meten. Op elk moment van de dag kun je even kijken wat je bloedsuiker is. Je kunt het meetapparaat ook op de computer aansluiten zodat je in een oogopslag de gemiddelde waarden van de afgelopen periode kunt zien. Een andere methode is de Continue Glucose Monitoring (CGM) waarbij je een sensor op de huid plaatst die continu de bloedsuikers doorgeeft naar een meetapparaat. Bij de Continue Glucose Monitoring kun je grenzen instellen waaronder of waarboven je een signaal krijgt wanneer de bloedsuiker deze grenzen overschreden heeft. Bij deze manier van meten moet je wel nog een aantal keren per dag een vingerprik doen om de meter te ijken.
Ons diabetesteam en de patiënten zijn zeer enthousiast over deze twee manieren van glucose metingen. Een groot voordeel is dat al die informatie die je via deze meters kunt krijgen leidt tot een betere regulatie. Het allerbelangrijkste voordeel is dat de kwaliteit van leven verbetert. Kunt u het zich voorstellen? Zeven keer per dag een vingerprik. Dag in dag uit. Levenslang! Alleen al uit het oogpunt van het verbeteren van de kwaliteit van leven zijn deze twee nieuwe meetmethoden een ontzettende verbetering van zorg voor alle patiënten met DM type 1.
Als buitenstaander zou je dus denken: de vlaggen kunnen uitgehangen worden. Iedereen aan de CGM of FGM. Maar niets is minder waar. Niet de diabetesteams die de patiënt vertegenwoordigen staan aan het roer, maar de zorgverzekeraars. Ze hebben starre protocollen opgesteld waaraan een patiënt moet voldoen om voor een meter in aanmerking te komen. Daarnaast hebben ze de financiering van de CGM bij het ziekenhuis neergelegd waardoor er maar een gelimiteerd aantal sensoren per jaar mogen worden voorgeschreven.
Naar mijn mening slaan de regels die de zorgverzekeraar heeft opgesteld over de vergoeding van de continue glucosemeters volledig de plank mis. De protocollen zijn star en sluiten de meerderheid van de patiënten die een sensor nodig hebben uit. Patiënten worden gereduceerd tot een getal. Terwijl patiënten mensen zijn met een probleem. Er wordt alleen maar gekeken naar de kosten, terwijl de kwaliteit van leven helemaal buiten beschouwing wordt gelaten.
De regie over het wel of niet starten met een glucosemeter moet bij het diabetesteam gelegd worden. Het team kent als geen ander de patiënt en kan samen met hem of haar inschatten of een sensor meerwaarde heeft. Zodra het diabetesteam samen met de patiënt besloten heeft dat er gestart kan worden met een CGM of een FGM dan moet dat vergoed worden.”

Een uitgebreid betoog voor vergoeding van alle glucosesensors voor iedereen met diabetes die insuline-afhankelijke is, naar aanleiding van de petitie, door dr. Henk-Jan Aanstoot is hier te vinden.


Frank Smit, diabetesverpleegkundige, pleit voor een ruimere vergoeding van de sensor. Hij geeft een schets van een situatie die bijna meer regel wordt dan uitzondering. Zorg anno 2019:
“Lange tijd ben ik als diabetesverpleegkundige werkzaam in verschillende huisartsenpraktijken. Een enorme diversiteit aan diabetes patiënten passeren de revue. Zo ook die meneer die in 1947 als 9 jarige jongetje diabetes ontwikkelde. Lange ziekenhuis opnames volgden. Naalden die uitgekookt moesten worden. Insuline uit een flesje. Het ging al zoveel beter dat de insulinepen zijn intrede deed. En dan praten niet nog niet eens over de start van de eerste glucosemeters. Hij was het ziekenhuis beu. Te klinisch. Zodoende kwam hij bij mij in de praktijk. Zijn suikers liepen niet lekker. Hij moest noodgedwongen van insuline veranderen. Betekent weer extra zijn glucose controleren. Ook dit werd lastiger vanwege toenemende tremoren van zijn Parkinson. Vingers zijn al heel lang gevoelloos. Kijk maar. Trillend draait hij zijn handen om en strekt zijn vingers uit. Zwarte diepe puntjes op bedje van eelt. Soms krijg ik er niets meer uit. Dan laat ik het maar zo. Maar er is nu toch die ene meter met een plakkertje? Dan hoef je nooit meer in je vingers te prikken. Helaas die vergoeding is er niet voor u.
Van de een op andere dag blokkeerde een herseninfarct zijn vrije bestaan. Trillingen werden heviger. De zorgverzekeraar vond die meter met een plakkertje nog steeds niet nodig. Hoe kan ik zijn glucose bijsturen? Zijn vrouw lukte het niet meer om metingen te verrichten. Noodgedwongen moest ik de wijkverpleging inschakelen. Alleen al om 4 x per dag zijn bloedsuiker te meten. Vaak mislukte een meting, vaak te pijnlijk. 6 tot 7 stripjes waren geen uitzondering. Glucose meten verworden tot een marteling. Maar ook dit staat niet in de vergoedingscriteria.”


De diabetesafdeling van Fundashon Mariadal, het ziekenhuis op Bonaire, staat achter de petitie. Op dit eiland is de Freestyle Libre de enige glucosesensor die (beperkt) beschikbaar is.Diabetesverpleegkundigen Grada Weggeman, Denise Tolud en Julaica Anthony schrijven:
“Diabetesverpleegkundigen in Bonaire pleiten voor vergoeding van de FSL voor alle patiënten met type 1 diabetes omdat we zien dat het de kwaliteit van leven aanzienlijk verbetert, ook voor de mensen die nu goed gereguleerd zijn, vaak door inspanning van veel vingerprikcontrole en inspanning.
Het geeft meer inzicht in het verloop van de bloedglucosewaarden, ook in de nacht, HbA1c daalt, mensen zijn beter gemotiveerd en op de lange duur zullen er minder invaliderende complicaties zijn.”


Daphna Karo-Meijer, diabetesverpleegkundige in het LUMC, is van mening dat de behandelaar zou moeten beoordelen of een patiënt een sensor nodig heeft, en niet de zorgverzekeraar. De zorgverzekeraar mag er op vertrouwen dat de behandelaar een goed overwogen keuze maakt in samenspraak met de patiënt. Ze schreef samen met Wesley van Gils, diëtist in het LUMC de tekst: ‘Prikken of sensor’:
“In 1999 werd het eerst continue glucose monitoring (CGM) goedgekeurd door de Food en Drug Administration in Amerika.
Sindsdien heeft de ontwikkeling van de CGM een vlucht genomen.
Van draagtijd van 72 uur, met 4 kalibraties op een dag tot een draagtijd van 14 dagen, de Flash glucose monitoring (FGM) zonder enkele kalibratie of een inplanteerbare real time sensor met een draagtijd van 180 dagen, deze is goedgekeurd in Europa in oktober 2017.

Wat is nu het verschil met een vingerprik waarbij toch ook een glucose wordt gemeten?
Een vingerprik is een moment opname. Deze glucose bevindt zich altijd op een glucose curve maar met een vingerprik wordt het niet duidelijk of de glucose zich op een stijgende lijn bevindt of op een dalende lijn.

Tot op heden wordt een sensor alleen vergoed indien iemand voldoet aan de onderstaande criteria:
Is er sprake van één van de volgende indicaties (voor RT-CGM of FGM)?
• Kinderen <18 jaar met diabetes type 1
• Volwassenen met slecht ingestelde diabetes type 1 (ondanks standaard controle blijvend hoog HbA1c (> 8% of > 64 mmol/mol))
• Zwangere vrouwen met bestaande diabetes (type 1 en 2)
• Vrouwen met een zwangerschapswens bij een preconceptionele diabetes (type 1 en 2)
• Patiënten met diabetes type 1, die kampen met ernstige hypoglykemieën en/of ongevoelig zijn
om hypoglykemieën waar te nemen (hypo-unawareness), (soms mogelijk)

In de praktijk zien wij veel mensen met diabetes type 1 die niet in aanmerking komen voor vergoeding van de FGM, vanwege één of meerdere HbA1c waarden onder de 64 mmol/mol. Veel patiënten met een HbA1c <64 hebben echter veel schommelingen in glucosewaarden. Daarnaast wordt het HbA1c vertekend door frequente hypoglycemieën. Wij zien dat deze schommelingen in glucosewaarden aanzienlijk kunnen worden gereduceerd door gebruik van de FGM. Onze ervaring is daarnaast dat mensen met een goed kennisniveau, inzicht en zelfmanagement (en daarbij redelijk goed HbA1c) voornamelijk veel baat hebben bij een FGM. Door hun ruime kennis en vaardigheden kunnen zij goed anticiperen op de continue dalingen en stijgingen in glucosewaarden, wat vaak resulteert in een aanzienlijk stabielere glucoseregulatie, het aantal bloedsuiker metingen met een vingerprik daalt van gemiddeld 8-10x per dag naar hooguit 1-2x per dag wat een reductie geeft in de kosten voor het aantal glucose teststrips. In tegenstelling tot mensen met een laag zelfmanagement en kennis niveau waarbij het HbA1c ondanks gebruik van FGM vaak niet daalt.

De persoon met een zeer goed zelfmanagement en een goed gereguleerde diabetes 1 valt nu buiten de boot.
Ook deze patiënt zou het gemak moeten kunnen ervaren van een FGM en hierdoor iets minder bezig hoeven zijn met de regulatie van de bloedsuikers, wat dag in en dag uit terug komt.
Als hulpverlener zien we na het starten van een sensor dat de gebruiker meer inzicht krijgt, het zelfmanagement toeneemt en het HbA1c (indien mogelijk) verbeterd.
De bloedsuiker wordt stabieler en door de minder grote fluctuaties voelt de persoon met diabetes type 1 zich vaak fitter.

Wij zouden ervoor willen pleiten dat iedereen met een diabetes type 1 een sensor vergoed krijgt.
Nog iets ruimer zouden wij willen zeggen, dat iedereen met een 4dd insuline schema een FGM vergoed zou moeten krijgen.”


Prof. dr. Henk Bilo heeft een onderzoek uitgevoerd naar de effecten van het gebruik van de Freestyle Libre (FSL), één van de vier verschillende glucosesensors die in Nederland verkrijgbaar is. De 1346 participanten in dit onderzoek, die niet voldoen aan de huidige vergoedingscriteria maar beargumenteerbaar wel een sensor nodig hebben, moesten de kosten voor deze sensor, zo’n €1600,- voor een jaar,voor de helft zelf inleggen. De andere helft werd door Zilveren Kruis Achmea betaald. Dr. Bilo bespreekt hier de resultaten van zijn onderzoek.


In goed overleg met het Zilveren Kruis, BIDON [Basisstructuur Innovatief Diabetes Onderzoek Nederland], en de DVN [Diabetesvereniging Nederland] hebben we de volgende indicatiegebieden gedefinieerd:

a.         ‘Hypoglycemia unawareness’  en ondanks gemiddeld 6 of meer metingen per dag in het afgelopen jaar en intensieve begeleiding van hun diabetesteam, nog steeds hypoglykemieën

b.         Onverwachte hypoglykemieën ondanks gemiddeld 6 of meer metingen per dag in het afgelopen jaar en intensieve begeleiding van hun diabetesteam

c.         Insuline afhankelijke diabeten die ondanks maximale inspanningen van verzekerde (frequente bloedcontrole en adequaat lifestyle management) en intensieve begeleiding van het diabetesteam niet komen tot verbetering van hun glucoseregulatie, wat blijkt uit een gemiddeld HbA1c > 70 mmol/mol (8,5%) in het afgelopen jaar.

d.         Een beroep hebben waarbij sensatieverlies aan vingers door vingerprikken kan leiden tot arbeidsongeschiktheid, zoals musici en die op advies van hun diabetesteam meer dan 6 keer metingen per dag moeten doen.

e.         Een beroep hebben waarbij relatief zeldzaam optredende hypoglykemieën tot een gevaar voor zichzelf en/of anderen kan leiden of vanwege veiligheidsrisico’s tot arbeidsongeschiktheid (bijv. buschauffeur en wettelijke eisen).

f.          Patiënten die in aanmerking komen voor Continue Glucose Monitoring (CGM), uitgezonderd kinderen < 18 jaar. 

Bij het merendeel van de mensen, die voldoen aan de hierboven aangegeven indicaties, heeft het gebruik van een Flash Glucose Monitor gunstige effecten, zowel op het medische als het sociale vlak.

De meeste mensen vielen onder categorie a (n=173), b (n=456) en c (n=352), als het ging om losstaande indicaties, maar er is ook een groep bijgekomen, namelijk van 318 mensen waarbij er méér dan één indicatie werd genoteerd.

Deze mensen kregen de gelegenheid om gedurende een jaar gebruik te maken van de FSL. We hebben de gebruikers vragen gesteld aangaande het gebruik en de voor hen en door hen gevoelde voor- en nadelen. Uiteindelijk hebben zo’n 700 mensen ook die vragenlijsten beantwoord. De uitkomsten waren als volgt:

  • Voor het meten van de kwaliteit van leven werd de EQ VAS gebruikt. De zelf ervaren kwaliteit van leven nam toe van 72 naar 77 op een schaal van 100.
  • Het aantal ziekenhuisopnames vanwege de diabetes nam af van 13.8% naar 4.7%. De arbeidsuitval daalde van 18.4% naar 7.7%, en omgerekend in dagen van 6.3 per deelnemer naar 3.3 per deelnemer.
  • Het gemiddelde HbA1c daalde gering, maar significant van gemiddeld 62 mmol/mol naar 58 mmol/mol. In de groep met de slechtste glucoseregulatie was de daling het grootst (van 77 mmol/mol naar 67 mmol/mol).
  • Het stripgebruik halveerde (van gemiddeld 6 naar gemiddeld 3 per dag).

Op verzoek van de DVN hebben de deelnemers ook een vragenlijst ingevuld gericht op het verkrijgen van informatie aangaande de ervaren ziektelast. Hieruit bleek dat:

  • 37% van de mensen meer is gaan sporten,
  • 75% van de mensen de bloedglucose meet na één jaar gebruik van de FSL vóór het autorijden, tegenover 41% vóór gebruik van de FSL,
  • 95% van de mensen begrijpt de glucoseschommelingen beter,
  • 92% van de mensen zegt nu in staat te zijn de glucose rond de maaltijd beter te kunnen reguleren,
  •  80% past vaker de insulinedosering aan,
  • 77% zegt minder hypoglykemieën te ervaren, en 78% zegt minder ernstige hypoglykemieën te ervaren,
  • 62% geeft aan dat relaties, familie en de omgeving maken zich minder zorgen om de diabetes.

Er waren ook minpunten; 87 mensen gaven een reden op waarom ze met de FSL stopten, namelijk: financieel (47) (men moest immers nog steeds de helft zelf betalen), onbetrouwbare metingen (3), draagongemak (7),  overig (30), en daarbij hebben sommige mensen ook een ernstige allergische reactie op de lijm gehad.

We werken nu hard aan de publicatie aangaande het bovenstaande, maar hebben in de tussentijd de bovenstaande gegevens ook aan de Ronde Tafel ter beschikking gesteld, en aangegeven dat wij alle vragen dienaangaande graag zullen beantwoorden. Deze gegevens zijn al einde april via de NIV [Nederlandse Internisten Vereniging] vertegenwoordiger en de DVN vertegenwoordiger ter beschikking gesteld.

Het is een volledig onafhankelijk onderzoek geweest zonder enige bemoeienis van de fabrikant van de FSL. Het gaat echter wel om een prospectieve open interventiestudie met een vóór-na vergelijking, en zonder een controlegroep te laten “meelopen”.

Mijn persoonlijke mening is, dat de bewijsvoering voor de nu onderzochte indicatiegebieden meer dan voldoende is, en dat er dus voor de onderzochte groepen mensen bij het duidelijk positieve bewijs van nut op een aantal terreinen (op medisch en sociaal terrein) een opname van de FSL in het vergoedingensysteem zonder meer te rechtvaardigen is.

Daarbij moet er gewaakt worden voor het “parkeren” van dit hulpmiddel in de DBC vergoeding van de ziekenhuizen. De reden waarom ik specifiek benoem, dat deze vorm van glucosecontrole niet moet vallen in de tweede lijns-DBC is, dat dit ook weer kan leiden tot een financieel sturingsinstrument. Dit is uitdrukkelijk gebeurd in het verleden bij de continue glucoseregistratie. Door de ziektekostenverzekeraars werd na een wisselende intensiteit van overleg met het veld vastgesteld hoeveel CGMs geïndiceerd waren, en werd het daarvoor bestemde bedrag overgeslagen over alle DBCs / DOTs in de tweede lijn. Gelukkig zijn recent de indicatiegebieden uitgebreid en dus is er ook een hogere toeslag bij de DBCs / DOTs erbij gekomen. De ziektekostenverzekeraars zijn in dit proces zeker geen negatievelingen geweest, maar hebben zich opgesteld als partijen, die proberen om het geld dat er beschikbaar is gesteld door de BV Nederland, zo rechtvaardig mogelijk te verdelen (dat we het in de overlegsituaties vaak niet eens waren, is logisch, maar de gesprekken zijn wel met respect voor elkaar gevoerd).

Dat beperkt per definitie dan het aantal dat kan worden voorgeschreven. Deze handelswijze heeft er in ieder geval bij de internisten ertoe geleid, dat eenzelfde ingreep als het ging en gaat om het voorschrijven van een uitwendige pomp (onderbrengen onder de DBCs / DOTs) is tegengewerkt met alle mogelijke middelen. Immers, door een hoofdelijke omslag over alle DBCs / DOTs bij een beperkt indicatiegebied beperk je via een prijsmaatregel het vermogen om pompen aan te raden aan individuele gebruikers.

Daarbij zal het niet helpen als bijvoorbeeld door het ZIN wordt besloten, dat een flash glucose meter aan iedereen met T1DM kan worden voorgeschreven en dat er dus een 100% verrekening via de DBC / DOT kan plaatsvinden (dus eigenlijk een volledig kostendekkende toeslag bij alle DBCs / DOTs). Dat gaat helaas niet werken. Enerzijds zijn er namelijk geen afzonderlijke DBCs / DOTs voor mensen met T1DM of T2DM (daar waar nu in de gesprekken eigenlijk alleen over mensen met T1DM wordt gesproken), en willen de verantwoordelijken bij voorkeur geen nieuwe DBCs / DOTs invoeren, rekening houdend met dit onderscheid. Anderzijds is het ook duidelijk, dat een redelijk aantal mensen met T2DM zeker ook baat zal kennen van het gebruik van een flash glucose monitor.

Kortom, ik steun het initiatief om een flash glucose monitor (ongeacht het type) in de basisverzekering proberen te krijgen, waarbij het heel duidelijk moet zijn, wat dan de goedgekeurde indicatiegebieden zijn. Wat mij persoonlijk betreft zouden we best goede spelregels kunnen afspreken en verantwoording afleggen voor het besteden van een forse hoeveelheid gemeenschapsgeld. Als ik een inschatting moet maken op basis van de bovenstaande lijst, dan praten we in een eerste fase zeker over enkele tienduizenden mensen. Daarnaast hoop ik, dat als Abbott concurrentie krijgt (hopelijk al tegen het einde van dit jaar) de prijs zal dalen en meer mensen over dit belangrijke hulpmiddel zullen mogen beschikken.

Het feit is echter, dat ik daar niet over beslis. Ik wens daarom het ZIN en de Ronde Tafel veel wijsheid, maar met name ook slag- en daadkracht.



Ben of ken jij een diabetesverpleegkundige, diëtist, internist, endocrinoloog, of anderszins werkzaam in de diabeteszorg? En wil je hier ook je verhaal doen over de sensor? Mail dan info@sensorvergoeding.nl. Hoe meer verhalen we kunnen delen, hoe sterker we staan!

Social media & sharing icons powered by UltimatelySocial