Er is veel onderzoek gedaan naar de sensor. Uit deze onderzoeken blijkt dat mensen met diabetes type 1 die de sensor gebruiken een lager HbA1c hebben, minder hypo’s ervaren en een betere kwaliteit van leven hebben dan mensen met diabetes type 1 zonder sensor. Hieronder worden deze onderzoeken besproken.

Glucosesensors bestaan al lang, en sinds ze in de jaren ’00 ook voor thuisgebruik beschikbaar kwamen, in plaats van alleen maar voor diagnostische doeleinden, is er onderzoek gedaan naar de effectiviteit ervan. Wetenschappers wilden weten of een sensor veilig in het gebruik was, en of het mensen met diabetes zou helpen. De eerste onderzoeken werden gedaan met de sensors die toen beschikbaar waren, zoals de DexCom Seven en de Freestyle Navigator. Inmiddels zijn deze sensors vervangen door de sensors die wij nu kennen, soms met wat tussenstapjes, en gaan ze langer mee en zijn ze betrouwbaarder. In sommige gevallen is zelfs het niet meer nodig om te kalibreren.

In opdracht van JDRF deed de onderzoeksgroep van Tamborlane (1), Beck (2) en Weinzimer (3) zo’n tien jaar geleden een groot onderzoek naar het nut van de CGM. Ze voerden een Randomized Controlled Trial (RCT) uit, dat wil zeggen, een klinische setting waarin werd geprobeerd om alles voor iedereen gelijk te houden, behalve of ze een CGM gebruikten of niet. Hieruit bleek dat volwassenen met een CGM een lager HbA1c (gemiddelde bloedglucose over drie maanden) haalden, vergeleken met hun HbA1c voor het onderzoek, en vergeleken met de mensen die geen CGM gebruikten. Voor hun volgende onderzoek keken ze naar mensen die al een goed HbA1c hadden, lager dan 7% of 53 mmol/mol. Zouden zij ook hun HbA1c verlagen? Dat bleek niet het geval; het HbA1c bleef ongeveer even hoog. Wat er echter wel gebeurde, was dat het aantal hypo’s bij deze mensen flink afnam. Dit gold voor zowel volwassenen als kinderen. En waar het HbA1c met minder hypo’s meestal stijgt, bleef het bij mensen die een CGM gebruikten dus gelijk. Dat was goed nieuws! Na deze resultaten waren de wetenschappers ook nog benieuwd naar de effecten van CGM in het dagelijks leven. Ze kozen dus niet voor een RCT, maar voor een observatie. Ze volgden de bloedglucosewaardes en HbA1c’s van mensen die een tijd een CGM droegen in hun dagelijks leven. Niet alleen hadden deze kinderen en volwassenen een lager HbA1c dan voor de CGM, ze hadden ook minder hypo’s. Deze resultaten werden trouwens behaald voor zowel mensen die een pomp gebruikten, als voor mensen die insulinepennen gebruikten.

Pickup en collega’s (4) waren in 2011 benieuwd naar de stand van zaken rondom de CGM, en schreven een meta-analyse van zes eerdere onderzoeken. Ze verzamelden alle informatie die tot dan toe bekend was, en schreven daar een wetenschappelijk rapport van. Hun conclusie: als mensen de CGM gaan gebruiken, dan zakt het HbA1c. Sterker nog, hoe langer een onderzoek mensen een CGM liet dragen, des te meer zakte het HbA1c. Wat ook meespeelt is hoe hoog het HbA1c bij aanvang van het onderzoek was. Hoe hoger dat was, des te harder zakte het HbA1c. Verder bleek ook hieruit dat het aantal hypo’s van CGM-gebruikers afnam.

In 2015 volgde een heel groot onderzoek van Battelino en mede-onderzoekers (5). In dit onderzoek werden gegevens gebruikt van meer dan 20.000 sensorgebruikers in Europa en Canada. Iedereen die in een bepaalde periode van zes maanden minstens 15 dagen een sensor mét pomp gebruikte, werd in dit onderzoek meegenomen. Ook dit was een observationeel onderzoek, dus er werd gekeken naar het alledaagse gebruik. Wat bleek? Hoe meer mensen de CGM gebruikten, hoe beter de resultaten waren. Er kwamen, mede dankzij de pompstop, minder hypo’s voor, in sommige gevallen zelfs de helft minder. Hierdoor waren en ook minder schommelingen in de glucosewaardes. De onderzoekers schreven hier zelf over dat de meerwaarde van een CGM voor mensen met een laag HbA1c zit in een vermindering van hypo’s.

Ondertussen werd het 2017 en vond Rodbard (6) dat het tijd werd om een review te schrijven, om aan te geven wat de stand van zaken nu was. Hij bestudeerde een hoop wetenschappelijke artikelen en vatte samen wat de kennis van nu was. CGM en FGM zijn veilige en effectieve hulmiddelen voor mensen met type 1 diabetes, maar ook voor mensen met diabetes type 2 die insuline-afhankelijk zijn. Sensors helpen om het HbA1c te verbeteren en zorgen voor minder schommelingen in de bloedglucose. Ook komen er bij sensorgebruikers minder hypo’s voor.

In Nederland was Zilveren Kruis (7) begonnen met een groot onderzoek naar de Freestyle Libre, de enige FGM. Dit gebeurde naar aanleiding van één van hun verzekerden, die aangaf dat hij vond dat de FGM vergoed moest worden. Dat bleek bij veel mensen met diabetes te leven, en in samenwerking met de DiabetesVereniging Nederland en de Isala Klinieken is het onderzoek gestart. Dit onderzoek loopt nog steeds, maar Mollema (8) heeft in 2018 voor haar afstuderen alvast gebruik mogen maken van de verzamelde gegevens. Aan dit onderzoek doen niet alleen mensen met diabetes type 1 mee, maar ook mensen met diabetes type 2 en de zeldzamere diabetesvormen LADA en MODY. Alle deelnemers zijn 18 jaar of ouder. Mollema concludeerde dat het HbA1c van deelnemers met een FGM verbeterde, en dat ze minder hypo’s kregen. Niet alleen dat, mensen hadden een betere kwaliteit van leven gekregen. Ze hadden minder last van diabetes tijdens het sporten en waren tevredener over hun behaalde sportprestaties. Ook bleek het arbeidsverzuim flink omlaag te gaan wanneer mensen de FGM gebruikten. Ten slotte hoefden deze mensen minder vaak in hun vingers te prikken: gemiddeld gebruikten ze geen zes, maar twee teststrips op een dag. In een voorlopig rapport over het onderzoek schreef Zilveren Kruis verder dat het aantal diabetesgerelateerde ziekenhuisopnames was afgenomen dankzij de FGM. Directeur Zorginkoop van Zilveren Kruis Olivier Gerrits verwoordde het mooi: “Mensen hebben meer eigen regie”.

In 2018 werd er ook een onderzoek uitgevoerd door DeSalvo en collega’s (9). Zij bekeken gegevens van kinderen in Duitsland, Oostenrijk en de VS, die gedurende een jaar een CGM gebruikten of dat niet deden. Ook uit dit onderzoek bleek dat CGM-gebruikers een lager HbA1c hadden dan kinderen die geen CGM gebruikten. Het HbA1c van kinderen met CGM was dus ook vaker goed. Het maakte niet uit of deze kinderen een pomp of een insulinepen gebruiken. De onderzoekers schreven ook dat ondanks deze goede resultaten, de CGM lang niet overal vergoed wordt, en dat het dus echt nodig is dat mensen zich inzetten voor sensorvergoeding.

In België wordt de sensor al enkele jaren vergoed voor mensen met type 1 diabetes. Er is door Charleer en collega’s (10) een groot onderzoek uitgevoerd onder ruim 500 Belgen met diabetes type 1 die een insulinepomp gebruiken. Deze mensen kregen allemaal een CGM en ze werden vanaf het moment dat ze de sensor gingen gebruiken een jaar lang gevolgd.
Patiënten die voor aanvang van dit onderzoek een hoog HbA1c hadden, verlaagden dit door middel van CGM aanzienlijk, maar ook voor mensen bij wie het HbA1c al binnen de grenswaarden was, zakte het. Waar in het jaar voor het gebruik van CGM 16% van deze mensen in het ziekenhuis was opgenomen voor acute diabetescomplicaties (ernstige hypoglycemieën of diabetische ketoacidose), was dit tijdens sensorgebruik slechts voor 4% van deze mensen nodig. Dit scheelt aanzienlijk in de kosten, want ziekenhuisopnames zijn duur. Er kwamen minder hypo’s voor tijdens sensorgebruik. De kwaliteit van leven van deze mensen met type 1 diabetes was aanzienlijk verbeterd door het gebruik van CGM. De wetenschappers die dit onderzoek uitvoerden concludeerden dat het zinvol is om CGM te vergoeden voor mensen met type 1 diabetes die een insulinepomp gebruiken.

Deze onderzoeken laten keer op keer zien dat het voor mensen met diabetes type 1 zinvol is om een sensor te gebruiken. Als het HbA1c hoog is, zakt het. Als het HbA1c al netjes is, wordt het aantal hypo’s kleiner en worden de bloedglucosewaardes stabieler. Mensen voelen zich beter, melden zich minder vaak ziek, kunnen beter sporten, kortom, de kwaliteit van leven verbetert meetbaar. Het aantal ziekenhuisopnames gerelateerd aan diabetes neemt flink af. Wetenschappers spreken zich er voor uit dat sensors vergoed moeten worden. Op deze pagina vertellen ook mensen die zelf diabetes type 1 hebben waarom ze de sensor nodig hebben.
Teken de petitie: ‘De glucosesensor is geen gadget, maar bittere noodzaak‘.

Bronnen:

(1) Tamborlane, W.V., Beck, R.W., Bode, B.W., Buckingham, B., Chase, H.P., Clemons, R., … XIng, D. (2008). Continuous Glucose Monitoring and Intensive Treatment of Type 1 Diabetes. The New England Journal of Medicine, 359,(14), 1464-1476.

(2) Beck, R.W., Hirsch, B., Laffel, L., Tamborlane, W.V., Bode, B.W., Buckingham, B., … Xing, D. (2009). The Effect of Continuous Glucose Monitoring in Well-Controlled Type 1 Diabetes. Diabetes Care 32, 1378-1383.

(3) Weinzimer, S., Miller, K., Beck, R., Xing, D., Fiallo-Scharer, R., Gilliam, L.K., … Tsalikian, E. (2010). Effectiveness of Continuous Glucose Monitoring in a Clinical Care Environment. Diabetes Care 33, 17-22.

(4) Pickup, J.C., Freeman, S.C., Sutton, A.J. (2011). Glycaemic control in type 1 diabetes during real time continuous glucose monitoring compared with self monitoring of blood glucose: meta-analysis of randomised controlled trials using individual patient data. BMJ, 343, (d3805), 1-14.

(5) Battelino, T., Liabat, S., Veeze, S.H., Castañeda, J., Arrieta, A., Cohen, O. (2015). Routine use of continuous glucose monitoring in 10 501 people with diabetes mellitus. DIABETICMedicine, 32, 1568-1574.

(6) Rodbard, D. (2017). Continuous Glucose Monitoring: A Review of Recent Studies Demonstrating Improved Glycemic Outcomes. DIABETES TECHNOLOGY & THERAPEUTICS, 19, (3), S25-S37.

(7) Zilveren Kruis (2 juli 2018). Resultaten onderzoek Freestyle Libre veelbelovend. Geraadpleegd op 30 maart 2019, van https://nieuws.zilverenkruis.nl/resultaten-onderzoek-freestyle-libre-veelbelovend/.

(8) Mollema, J. (2018). FreeStyle Libre Een toepasbaar en voldoende betrouwbaar alternatief voor mensen met diabetes mellitus (Scriptie). Rijksuniversiteit Groningen.

(9) DeSalvo, D.J., Miller, K.M., Hermann, J.M., Maahs, D.M., Hofer, S.E., Clements, M.A., Lilienthal, E., … Holl, R.W. (2018). Continuous glucose monitoring and glycemic control among youth with type 1 diabetes: International comparison from the T1D Exchange and DPV Initiative. Pediatric Diabetes, 2018, (19) 1271–1275

(10) Charleer, S., Mathieu, C., Nobels, F., De Block, C., Radermecker, R.P., Hermans, M.P., … Gillard, P. (2018). Effect of Continuous Glucose Monitoring on Glycemic Control, Acute Admissions, and Quality of Life: A Real-World Study. Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism, 2018, (3), 1224-1232.

Social media & sharing icons powered by UltimatelySocial