Sinds een paar jaar zijn er glucosesensors op de markt. Een sensor is een minuscuul draadje dat je vlak onder de huid draagt. Iemand met diabetes kan deze meestal zelf plaatsen. Dit draadje reageert op een stofje dat een indicatie geeft van de bloedglucose. Het meet dus niet letterlijk de glucose in het bloed, maar het komt wel sterk overeen met de bloedglucose. De sensor meet elke vijf minuten. Op de huid draag je een zender, die in staat is om de gemeten bloedglucose door te geven aan een speciale uitlezer of smartphone. De sensor moet regelmatig vervangen worden.

Een sensor heeft veel voordelen boven vingerprikken, maar de naalden, teststrips en meters voor vingerprikken worden standaard vergoed, terwijl de sensor maar in enkele gevallen vergoed wordt. Je ziet bij een sensor niet alleen hoe hoog de bloedglucose nu is, maar ook wat de trend is. Dus of de bloedglucose stabiel is, of dat het stijgt of daalt, en hoe sterk die stijging of daling dan is. Het is belangrijk om de insulinedosis daarop aan te passen, maar met enkel een vingerprik heb je daar dus niet genoeg informatie voor.

Verder kunnen de vingerprikken op lange termijn schadelijk zijn voor de huid en onderliggende zenuwen. De meeste mensen met type 1 diabetes prikken tussen de 4 en 12 keer per dag in hun vingers, dus de vingers krijgen nooit rust. Eén van de meest voorkomende diabetescomplicaties is zenuwschade aan de tenen en vingers. Het is dus juist zaak om de vingers goed te behandelen, maar we krijgen daar zonder sensor eigenlijk geen gelegenheid voor.

Ten slotte geven de meeste sensors alarmen wanneer de bloedglucose te hoog of te laag wordt. Zo kun je veel problemen voorkomen. Wanneer je bijvoorbeeld slaapt, sport of aan het werk bent, is het niet altijd praktisch om regelmatig een vingerprik te doen. Wanneer een sensoralarm afgaat, kun je direct actie ondernemen en wordt een veel te hoge of veel te lage bloedglucose vaak voorkomen.

Het HbA1c (de gemiddelde bloedglucose) van mensen met type 1 diabetes verbetert in de meeste gevallen flink door het gebruik van een sensor. De kans op diabetescomplicaties op latere leeftijd, zoals zenuwschade, nierfalen, hartfalen en oogproblemen neemt hierdoor af. De kwaliteit van leven wordt beter. Maar de sensor wordt in de meeste gevallen niet vergoed.

Social media & sharing icons powered by UltimatelySocial